Vissen met de vlieg in stilstaand water.
Het belangrijkste in alle methodes op de site beschreven, zorg dat je geen loze lijn op/in het water hebt liggen. Mocht je dit namelijk wel hebben en er komt een vis heel voorzichtig je aas pakken zal je het niet vernemen en heeft hij het aas al weer uitgespuigd voor dat je het voelt en aanslaat. Hou je hengel daarom altijd vlak boven het water oppervlak of net eronder, op deze manier kan de wind geen grip op je losse lijn krijgen.
Count-and-Retrieve (Tel en haal binnen)
Dit is de meest gebruikte methode in meren. Er zijn 2 belangrijke factoren bij deze methode, nog belangrijker dan het kiezen van de juiste vlieg.
Om de juiste diepte te behalen kun je het beste gebruik maken van een lijn met daaraan een zink-tip of een zinkende lijn. Werp de vlieg in en tel tot de vlieg op de juiste diepte is aangekomen.
To hoe veel moet je tellen? De juiste diepte is natuurlijk daar waar je vis vangt, tel je nou tot 15 en dan pakt een vis je vlieg tijdens het afzinken, dan heb je metteen hoogst waarschijnlijk de juiste diepte tot de waterlaag waarin je wilt vissen.
Mocht je nou af en toe aan de bodem zitten of trek je de waterplanten eruit dan zit je waarschijnlijk te diep. Probeer op deze manier verschillende dieptes, azende vis bijna nooit dieper dan 2,5 meter onder het oppervlak.
Wat wel belangrijk is is dat je constant op dezelfde manier telt, het wil nog wel eens voorkomen dan wanneer je deze techniek eens gaat proberen en je vang bijvoorbeeld op 20 tellen (20 seconden) een mooi grote vis, dat bij de volgende worp die 20 tellen maar 5 seconden is. Af en toe eens op je horloge kijken wil dan nog wel eens helpen, vis je nou al een tijdje op 20 tellen kijk dan even hoe lang die 20 tellen is. Het zal je verbazen hoe varierend te gaan tellen, want wordt het saai omdat je een tijd niets vangt dan zijn die 20 tellen zo 40 seconden.